erfelijk

Het zit in de familie. Hoe erfelijk zijn leefstijlziekten?

Hoe ouder we worden hoe groter de kans dat we te maken krijgen met aandoeningen zoals hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, hoog cholesterolgehalte, diabetes, osteoporose en dementie. Allemaal aandoeningen die -naast leeftijd- beïnvloed worden door leefstijl. Hoe gezonder je leeft hoe kleiner de kans dat je ermee te maken krijgt. Maar welke rol speelt familiaire aanleg hierin? Soms komt een bepaalde ziekte vaker in de familie voor zonder dat er sprake is van een afwijkend gen. Mijn moeder en zus bijvoorbeeld kregen allebei na de overgang te maken met een sterke verhoogde bloeddruk. Ze kregen beiden medicijnen voorgeschreven. Betekent dit dat ik me dan ook zorgen moet maken?  En, als ik een verhoogde kans heb, wat kan ik dan met die informatie doen? Hetzelfde geldt natuurlijk voor andere leefstijl-gerelateerde aandoeningen. Ik praat erover met Harold Snieder, hoogleraar genetische epidemiologie.

Prof. Snieder: “Als het om aandoeningen gaat is het altijd verstandig om naar je familiegeschiedenis te kijken, zeker wanneer het om eerstegraads familieleden gaat (een ouder of een broer of zus, red). Als een van hen op een relatief jonge leeftijd te maken krijgt met wat we noemen ‘ouderdomsziekten’ dan wordt de kans voor jou ook groter. Hoe jonger het familielid er mee te maken krijgt hoe groter de erfelijke belasting over het algemeen is. Dat geldt vooral voor hart- en vaatziekten. Als een van je ouders op zijn of haar 80e een hartinfarct kreeg, betekent dit niet dat jouw kans ook groter is. Maar, als een eerstegraads familielid – als het een man is voor zijn 55e en als het een vrouw is voor haar 65e – hart- of vaatziekten krijgt, loop je wel een verhoogd risico. Twee keer zo groot als iemand van jouw leeftijd bij wie dat niet in de familie speelt. Heb je twee directe familieleden die op jonge leeftijd hart- en vaatproblemen kregen, dan is je kans zelfs 3 tot 4 keer zo hoog.

In jouw specifieke geval met een moeder en zus met een te hoge bloeddruk, betekent het dat jouw kans op een hoge bloeddruk 1,5 tot 2 keer hoger is. Bij een ongezonde leefstijl kan de verhoogde familiaire aanleg juist tot uiting komen. Voor jou is het dus extra belangrijk dat je op gewicht blijft en gezond eet.”

Wat kunnen we precies met die kennis?
“Vaak wordt erfelijke aanleg over het hoofd gezien, terwijl het in veel gevallen toch goed is om te weten wat er speelt. Simpelweg omdat je er dan naar kunt handelen. Je kunt vragen aan je huisarts je vaker te screenen, extra op te letten als je klachten krijgt, zelf metingen doen of er rekening mee houden met je leefstijl. We hebben ontdekt dat de kans op chronische nierziekten 3 keer zo groot is wanneer een direct familielid een nierziekte heeft. Nu is een ongezonde leefstijl niet een directe oorzaak van nierschade maar je kunt de kans wel flink verkleinen als je gezond leeft. Dat kun je bijvoorbeeld doen door te letten op je bloeddruk, weinig zout te eten en kijken of je voor de nieren schadelijke medicijnen slikt.”

Kun je er altijd wat aan doen?
“Ja, familiaire aanleg is niet deterministisch, dat wil zeggen dat aanleg niet tot uiting hóeft te komen. Je kunt het dus ook niet als excuus gebruiken; ‘het zit nu eenmaal in de familie’. De verhoogde kans kan door een gezonde leefstijl helemaal teniet gedaan worden. Voor alle duidelijkheid, we hebben het hier dus niet over ernstige erfelijke ziekten die bepaald worden door een afwijkend gen zoals bijvoorbeeld het BRCA1 en BRCA2 gen bij borstanker. Je moet aanleg zien als een risicofactor, net zoals roken of alcohol drinken dat zijn. Aanleg én een ongezonde leefstijl kan een explosieve combinatie zijn.

Met familiaire aanleg bedoelen we meestal de erfelijke aanleg. Aandoeningen kunnen binnen een familie ook veelvuldig voorkomen door omgevingsfactoren. Zo kan er binnen een familie naar verhouding meer longziekten voorkomen omdat ze allemaal in een gebied wonen met zware luchtverontreiniging. Ook kan er in een familie veel overgewicht voorkomen niet omdat ze daar aanleg voor hebben maar omdat er in de familie graag ongezond en veel gegeten wordt.

Diabetes

Familiaire aanleg speelt bij diabetes type 2 een grote rol. Als je vader of moeder het heeft, heb je 10-20% kans dat je het zelf ook krijgt op latere leeftijd. Als je broer of zus diabetes type 2 heeft, is de kans op diabetes voor jou 15 tot 20%. Je kunt de verhoogde kans totaal wegnemen met een gezonde leefstijl. Met name door overgewicht te voorkomen en te letten op voldoende beweging.

Dementie

Meestal is dementie niet erfelijk, maar als dementie optreedt voor het 65e levensjaar kan er sprake zijn van dominant overerfbare dementie. In dat geval wordt het veroorzaakt door één specifiek gen. Kinderen van ouders met deze vorm van dementie, hebben 50% kans om zelf ook dementie te krijgen. Soms is er geen afwijking in de genen te vinden, maar komt een bepaalde ziekte wel vaker in de familie voor. Dit noemen we familiaire aanleg. Je hebt dan misschien meer kans op de ziekte, maar het is moeilijk precies te zeggen hoeveel groter die kans dan is.  Een gezonde leefstijl (niet roken, weinig tot geen alcohol, voldoende rust, beweging en gezonde voeding)  kan de kans op dementie met tot wel 30% verkleinen.

Osteoporose (botontkalking)

Heeft een van je ouders of broers en zussen te maken (gehad) met osteoporose dan is het risico dat jij ook osteoporose ontwikkelt ongeveer twee keer zo groot. Mensen met osteoporose hebben meer kans om botten te breken, meestal in de heup, onderarm, pols en wervelkolom. Als jij een verhoogde kans hebt op osteoporose kan een screening (dexascan) belangrijk zijn om botbreuken te voorkomen. Vooral krachttraining en gezonde voeding met voldoende calcium en vitamine D kunnen het risico verlagen.

Hart- en vaatziekten

In de familie kunnen verschillende soorten hartaandoeningen en aanverwante aandoeningen voorkomen, zoals hoge bloeddruk een hoog cholesterolgehalte, trombose en aderverkalking. Het in kaart brengen van deze aandoeningen in de familie is een heel belangrijke stap om hart- en vaatziekten in de toekomst te voorkomen. Vooral als eerstegraads familieleden te maken hebben met een van deze risicofactoren is het goed om de huisarts op de hoogte te brengen.

Wil je zeker weten dat je niks mist van BLOW? Abonneer je dan op de gratis nieuwsbrief.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord