lage temperatuur

Lagere temperatuur goed voor gewicht en gezondheid

Sinds we te maken hebben met enorme gastekorten, klimaatproblemen en uit de pan rijzende energieprijzen heb ik voor mezelf de regel bedacht dat de thermostaat thuis niet hoger mag dan 18 graden. Mijn vriend vindt dat spartaans en zal ongetwijfeld de verwarming hoger zetten als ik er niet ben, maar ik vind het een leuke uitdaging die me tot nu aardig af gaat. Wat ik niet wist is dat de thermostaat lager zetten niet alleen goed is voor het milieu en de portemonnee, maar ook belangrijk is voor je gezondheid. Wist je dat rond 1870 een temperatuur van 13 tot 15 graden heel comfortabel werd gevonden? We zijn dus heel goed in staat om onszelf warm te houden, zelfs bij lage temperaturen, alleen is het nu niet meer nodig omdat de verwarming dat voor ons doet. Hetzelfde geldt voor de airco die ons koel houdt in de zomer. Heel comfortabel allemaal, maar het zou zoveel beter zijn om ons eigen warmteproductie weer te activeren omdat dat allerlei positieve gezondheidseffecten met zich meebrengt.

Ik praat erover met Professor dr. Wouter van Marken Lichtenbelt, hoogleraar Ecologische Energetica en Gezondheid aan de Universiteit van Maastricht. Hij doet al jaren onderzoek naar het effect van warmte en kou op lichamelijke processen.

Wat gebeurt er precies als we aan kou worden blootgesteld?
Professor Marken Lichtenbelt; ‘Als je het koud hebt, trekken de spieren samen en ga je rillen, ook zonder dat dat je het duidelijk merkt. Je verbruikt daardoor net als bij sporten meer energie, je stofwisseling gaat in een hogere versnelling en daardoor krijg je het warmer. Niet alleen de spieren spelen een rol, we hebben om op te warmen ook bruin vet nodig. Het is het gezonde vet dat zich rondom belangrijke plekken in het lichaam bevindt zoals het hart, de slagaders en het zenuwstelsel. Bruine vetcellen produceren 300 x meer warmte dan andere lichaamsweefsels.  Maar ja, als je het niet vaak koud hebt, wordt dat bruine vet niet aangesproken en raak je het kwijt. Door je je regelmatig bloot te stellen aan lagere temperaturen produceer je meer bruin vet, kun je jezelf beter warm houden en verbrand je meer calorieën.  Recent onderzoek laat zien dat lagere temperatuur niet alleen het energieverbruik verhoogt maar ook een positief effect heeft op de doorbloeding, de werking van hart- en bloedvaten en de suikerhuishouding verbetert.’

Hoe lang moet je dan aan kou worden blootgesteld en hoe koud moet met het zijn?
‘In ons onderzoek werden de proefpersonen door middel van een waterpak gedurende een periode van 10 dagen elke dag een uur blootgesteld aan een temperatuur van 10 graden. Na die 10 dagen waren er duidelijk gunstige effecten te zien in de vet- en suikerhuishouding maar ook op hart en bloedvaten. Die gezondheidseffecten treden niet op door het maar één keer koud te hebben. Het is juist de acclimatisatie, de gewenning van het lichaam, dat zo gezond is. Vergelijk het met sporten. Eenmalig intensief sporten zet geen zoden aan de dijk. Spiermassa en spierkracht verbeter je pas als je regelmatig beweegt. Nu gaan we natuurlijk niet dagelijks een uur in een pak met water zitten van 10 graden, maar je dagelijks blootstellen aan koude werkt in principe net zo. Regelmatig in je T-shirt buiten zitten als het 12 graden is heeft waarschijnlijk ook al positieve gevolgen. Dat geldt ook voor buitenzwemmen. Het is de wisseling van temperatuur die het hem doet. Tot op zekere hoogte kun je zeggen dat de gezondheidseffecten eerder optreden naarmate de temperatuur flink laag is en de tijdsduur langer. Uiteraard is een uur in de vrieskou zitten gevaarlijk en de hele dag in een korte broek buiten zitten in de winter is ook niet aan te raden. In ons onderzoek hebben we niet gekeken naar wat koud douchen doet, maar de verwachting is dat dat gunstige effecten voor hart en vaten heeft. Je lichaam wordt immers nogal aan het werk gezet. Wat betreft de kamertemperatuur is het verstandig om die op 17 tot 19 graden te zetten. Al bij 18 graden wordt meer bruin vet geproduceerd.’

Maar als ik de thermostaat lager zet is er toch geen sprake van temperatuur schommeling? Dan zit je lange tijd in de kou.
‘In eerste instantie zal het lichaam heel hard moeten werken om op temperatuur te komen. Eenvoudigweg omdat het gewend is aan een temperatuur van rond de 20 graden. Elke dag opnieuw zal het lichaam aan die kou van 17 tot 19 graden moeten wennen. Na een lange tijd zul je inderdaad zien dat het lichaam goed bestand is tegen die temperatuur en zal hij dus niet meer die stressprikkels krijgen. In dat geval zou je de thermostaat weer lager kunnen zetten. Maar, in principe hoeft dat niet want tegen die tijd breekt de lente alweer aan. In de zomer mag het gerust veel warmer zijn. Want dan moet het lichaam ook weer aan de bak.’

Hoe werkt het dan met extreme hitte. Een temperatuur van 40 kan toch niet gezond zijn?
‘We zouden er veel beter tegen bestand zijn als we aan het begin van de zomer al vast beginnen te wennen aan warmte. Als je het al die tijd lekker koel houdt en opeens blootgesteld wordt aan die hitte dan hebben we daar last van, net zoals we niet meer gewend zijn om het koud te hebben. Ook hier geldt weer dat het beter is om het lichaam zelf aan het werk te zetten. Op een gegeven moment ervaar je zelfs een temperatuur tussen 30 en 40 graden anders. Blootstelling aan warmere temperaturen heeft een net iets andere uitwerking op het lichaam dan kou, maar ook hierbij worden hart- en vaten aan het werk gezet en heeft het een gunstig effect op de stofwisseling en suikerhuishouding.’

Geen constante binnentemperaturen meer dus?
‘Nee ik pleit daar heel erg voor. We moeten temperatuur net als voeding, beweging, slapen en ontspanning als belangrijke leefstijlfactor gaan zien. Constante behaaglijke temperaturen werken welvaartsziekten in de hand. Voor onze weerbaarheid én voor onze gezondheid is een wisseling in omgevingstemperatuur essentieel. Je zou het een natuurlijke temperatuurtraining kunnen noemen. Aangezien we zo rond de 90 procent van onze tijd binnen doorbrengen is een wisselend binnenklimaat gewenst dat veel meer meebeweegt met de temperatuur buiten.’

Intermitting living

Intermitting living is een manier van leven die steeds populairder wordt. Hierbij wordt het lichaam niet alleen uitgedaagd door kou en warmte maar ook door honger, dorst, intensief bewegen en cognitieve uitdagingen. Allemaal stressprikkels waar we ooit dagelijks mee geconfronteerd werden. Intermittent betekent periodiek, kort en krachtig en dus niet de hele tijd door. De gedachte is dat al deze oeroude kortstondige stressprikkels voor een soort reset van het lichaam zorgen met een krachtig lichaam, een beter immuunsysteem en een betere vetverbranding als gevolg.

Dit artikel van mij is eerder dit jaar verschenen in NOUVEAU

Wil je zeker weten dat je niks mist van BLOW? Abonneer je dan op de gratis nieuwsbrief.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord