zonder kinderen

Ouder worden zonder kinderen

Hoe is dat, ouder worden zonder kinderen? Geen tafel vol met nazaten en aanverwanten met kerst, geen kind waar je een beroep op kunt doen als je ziek bent. Of is het juist wel lekker? Het tijdschrift Margriet vroeg mij er een verhaal over te schrijven.

“In ieder geval honderd,” antwoordde mijn moeder altijd als ik haar vroeg hoe oud ze wilde worden. Ze is uiteindelijk negentig geworden. Op het laatst kon ze slecht lopen en was ze licht dementerend. Ondanks alle beperkingen was ze optimistisch, dankbaar, makkelijk en nam ze alles zoals het kwam. Onvoorstelbaar vond ik dat soms. Ik weet niet of ik het leven dan nog wel zo leuk zou vinden. Ze kon bijna niks meer zelfstandig, mijn vader en de meeste vrienden en kennissen waren overleden, wat is er dan nog aan? Maar zij was intens gelukkig en als ik haar vroeg waarom ze zo graag honderd of ouder wilde worden, zei ze resoluut: “Nou gewoon, omdat ik altijd wil blijven volgen wat de kinderen en kleinkinderen doen. Ik wil niks van jullie missen.”

Qua levensvreugd komt het dus kennelijk heel erg op kinderen en kleinkinderen aan als je ouder wordt. In ieder geval gold dat voor haar. Zou ik later minder gelukkig zijn, omdat ik geen kinderen heb? Ik kan het me moeilijk voorstellen. Ik snap dat wanneer je nog maar weinig kunt en geen sociaal leven meer hebt, het fijn is om kinderen te hebben, maar voor mij zijn andere dingen belangrijker. Kunnen deelnemen aan de maatschappij, leuke dingen doen, bewegen, genieten met vrienden en werken, dát is wat mij gelukkig maakt. Als dat allemaal niet meer kan, dan hoeft het niet meer van mij. En dat gevoel staat voor mij los van het al dan niet hebben van kinderen.

Driesterrenhulppakket

Waar ik me soms wel zorgen over maak, is wie er later voor mij moet gaan zorgen als ik alleen komt te staan en hulp nodig heb. Ik durf te stellen dat mijn moeder er veel slechter aan toe was geweest als wij – de zes kinderen – er niet waren geweest. Mijn vader overleed twintig jaar geleden en vanaf die tijd deden wij alles voor haar. Toen ze nog zelfstandig woonde, regelden wij de administratie, het huishouden, de thuiszorg, het vervoer naar bridge- en koffieafspraken. Alles, maar dan ook alles, namen wij uit handen. Niet omdat ze erom vroeg, maar wij wilden haar helpen en zij liet zich graag helpen. Vlak voor corona uitbrak, verhuisden we haar naar een heel mooi verzorgingstehuis omdat het thuis niet meer ging en wij niet dag en nacht bij haar konden zijn. Het was de eerste keer dat wij iets deden waar zij niet achter stond. Nog geen drie maanden later werden de eerste coronagevallen gemeld en besloten wij haar uit het tehuis te halen. Mijn oudste zus was zo lief om haar in huis te nemen, met corona en al. Met z’n allen hebben we haar opgelapt en bleef ze tot het eind bij mijn zus wonen. Samen met een zorgverlener zorgden mijn zussen en ik voor haar. Uiteraard deed de zus die haar in huis had genomen het meest, maar als zij en haar man weg waren, kwamen mijn andere zus of ik een paar dagen. En voor haar zorgen betekende voor haar koken, haar wassen en aankleden, op de wc zetten – ja, ook dát schoonmaken – in bed tillen, kortom: de hele rataplan. Moedertje lief vond het allemaal geweldig en besefte ook dat ze het op-en-top voor elkaar had. Meer dan genieten in een stoel, een paar keer hetzelfde zeggen, de krant lezen en elke dag taart eten, hoefde ze niet te doen. Ik vond het best pittig, maar we deden het omdat we zo ontiegelijk veel van haar hielden, omdat we wisten dat het haar zo gelukkig maakte en omdat we vonden dat ze betere zorg verdiende dan die van het tehuis. En die was al goed.

Dit hele driesterrenhulppakket zit er voor mij dus niet in. Deels zie ik dat niet als een probleem omdat ik zelfstandiger en onafhankelijker ben dan mijn moeder. Zij liet alles door een ander doen, ze hoefde nergens over na te denken en vertrouwde volledig op ons. Ik wil juist alles zelf kunnen en snappen, daar blijf je jong bij. Het is niet voor niets dat ik met mijn website BLOW  ben begonnen, ik vind het belangrijk om zo lang mogelijk fit, energiek en mentaal scherp te blijven. En daar doe ik alles aan. Als ik minder ga horen, ren ik direct naar de oorarts, als ik slecht ter been word, koop ik een toffe rollator. Mijn moeder niet, die nam het ouder worden zoals het kwam. Niet dat ze ongezond leefde, maar extra moeite doen om langer gezond te blijven, kwam helemaal niet in haar op.

Ik weet niet of mijn theorie klopt, maar soms denk ik dat alleenstaanden of mensen zonder kinderen langer voor zichzelf kunnen zorgen dan mensen mét kinderen. Ze zijn al gewend om alles zelf te doen. Het zal toeval zijn maar mijn moeder was en haar twee zussen die ook kinderen hebben, zijn dementerend, terwijl de zus (ook ver in de tachtig) zonder kinderen en zonder man heel scherp en fit is en met ons zit te facetimen en te chatten. Ze doet elke dag mee met Nederland in beweging en ze weet alles van internet en computers, terwijl mijn moeder een mobiele telefoon al ingewikkeld vond en dat terwijl ze hoogopgeleid was. Toen ze nog goed was en alleen woonde, belde ze me een keer met de boodschap dat ik een wit doosje bij haar had laten liggen. Ze wist niet wat er inzat, zei ze, want ze kreeg het niet open. Dat doosje bleek de muis van mijn computer te zijn. Dat komt ervan als je kinderen al die internetzaken voor je regelen!

Het is lastig te voorspellen hoe de zorg geregeld is als ik tachtigplus en hulpbehoevend ben. Door de vergrijzing en naar verhouding minder verzorgend personeel is de kans aanwezig dat ouderen het minder goed krijgen dan dat ze het nu hebben. Er zullen meer particuliere instellingen komen, er zal meer gebruik gemaakt gaan worden van robots, meer nadruk gelegd worden op gezond leven en zelfstandigheid, maar hoe het er precies uit zal zien, weten we niet. Het is die onzekerheid die maakt dat ik weleens denk: kinderen zijn voor later misschien toch wel handig. Natuurlijk, mijn neefjes en nichtjes zullen heus wel bij die stokoude, incontinente tante Wies op bezoek komen en er zullen echt wel buren zijn die een handje komen helpen, maar dat is toch anders dan je eigen kinderen.

Moeilijke momenten

Goed, even terug naar waarom ik geen kinderen heb. Het was geen bewuste maar ook geen onbewuste keuze. Ik dacht altijd kinderen te willen hebben, helemaal omdat ik het grote gezin waar ik uitkom zo leuk vind, maar daar had ik wel een man voor nodig. De liefde van mijn leven kwam niet en dus vond ik het heel gewoon dat ik niet naar kinderen hunkerde. Toen ik op de valreep – ik was 37 – mijn huidige vriend tegenkwam, was er nog een kans, maar ik bleek helemaal niet de vurige kinderwens te hebben die ik altijd dacht te gaan krijgen. Een vreemde gewaarwording, waar ik meer moeite mee heb gehad dan het feit dat ik geen kinderen heb. Ik moest mijn leven anders gaan invullen.

Verdriet heb ik er nooit om gehad, wel had en heb ik van ik van die momenten dat ik even wee van binnen word. Dan kijk ik naar mijn vriend – van wie het ook niet zo hoefde – en denk: hij zou zo’n leuke vader zijn geweest. Elke levensfase kent zo z’n emotionele-geen-kinderen-hebben-gevoelens. In het begin is er het besef nooit zo’n lief klein baby’tje te krijgen, nooit borstvoeding te kunnen geven. Je voelt je soms niet bij de ‘gewone’ mensen horen. Iedereen heeft tenslotte kinderen. De pret van moeders onderling die elkaar kennen van het schoolplein. Ook de gesprekken van vrienden over hun studerende en werkende kinderen deel ik niet. De vriendinnen die nu oma worden, wat me ook leuk lijkt. Gelukkig zijn het altijd maar momenten. Over het algemeen mis ik ze voor geen meter en voelen we ons zo vrij. Hoe vaak mijn vriend en ik in de afgelopen twintig jaar wel niet tegen elkaar hebben gezegd: wat een geluk dat we geen kinderen hebben!

Nu loop ik tegen de zestig en zie dat ik nog steeds vrijer ben dan veel mensen met kinderen. Afgelopen week was ik met drie vriendinnen een weekendje naar zee. Ze hadden het over de financiële ondersteuning die ze hun studerende en net werkende kinderen nog geven. Terwijl ze met elkaar discussieerden over de hoogte van het bedrag dacht ik alleen: wat fijn toch dat ik die kosten niet heb. Ik realiseer me dat ik nooit de stap om zelfstandige te worden had kunnen nemen als ik kinderen had gehad. Dan had ik mijn oude baan moeten houden of had ik een man moeten kiezen die zo veel geld verdiende, dat hij zowel mij als de kinderen goed kon onderhouden, maar of ik dat nou zo leuk vind? Nu doen we allebei werk waarbij het geld niet tegen de plinten klotst, maar waar we allebei heel gelukkig van worden en waarin we compleet vrij zijn. We hoeven met niemand rekening te houden. Ik vroeg mijn vriendinnen of ze ervoor zorgen dat er een leuk bedrag overblijft voor de kinderen als ze zelf komen te overlijden. “Ja natuurlijk” antwoordden ze in koor. Heerlijk, dat ik helemaal niets hoef achter te laten.

Ouder-worden-woonplan

Ik heb het geluk dat ik de toekomst zonder kinderen rooskleurig in zie, dat geldt niet voor iedereen, zeker niet voor een van mijn beste vriendinnen. Haar man is met pensioen, zij werkt nog, maar tot de dag van vandaag rouwt ze om het feit dat ze geen kinderen hebben kunnen krijgen. Ze had zo graag haar kinderen, hoe oud ze ook nu zouden zijn, willen begeleiden. Het idee dat met de feestdagen de tafel niet vol zit met kinderen en kleinkinderen doet haar hartverscheurend veel pijn. Verhalen van anderen die met hun inmiddels volwassen kinderen op vakantie gaan kan ze niet aanhoren. Om het verdriet uit de weg te gaan, maakt ze met haar man veel avontuurlijke reizen.
Dat is ook het enige wat je kunt en moet doen: andere dingen zoeken die je leuk vindt. Niet bij de pakken neer gaan zitten, maar vrienden opzoeken, je met een hobby gaan bezighouden, lotgenoten vinden.

Een andere vriendin van mij die al heel lang alleen is, vindt het naarmate ze ouder wordt steeds moeilijker dat ze geen partner heeft. Kinderen heeft ze nooit gewild, maar een metgezel met wie ze leuke dingen kan doen, die er vanzelfsprekend altijd is, mist ze erg. Soms ziet ze haar toekomst somber in. ‘Zit ik daar later in mijn eentje oud te zijn.’ Maar, dan halen we ons ouder-worden-woonplan weer naar boven en dan ziet ze de toekomst weer vrolijk tegemoet. We hebben het al helemaal bedacht. Samen met acht andere vrienden kopen we een villa. Iedereen heeft een eigen appartement, maar er is ook een gemeenschappelijke ruimte waar we met z’n allen kunnen boerenbridgen en Netflixen. Om vijf uur ’s middags wordt er iedere dag geborreld. Om de beurt vullen we de wijnkast en de bar met sterke dranken. Een beetje flirten onderling is toegestaan. Per ongeluk in de verkeerde slaapkamer stappen ook. Een keer per maand geven we een groot huisfeest waar al onze andere tachtigplus-vrienden voor worden uitgenodigd. Wie wil, kan zich elke donderdagavond bij het huiskoor aansluiten. Keihard meezingen met Abba, Luv, Boney M en Hazes. In het bijhuis wonen een huisarts en een assistent die ons met van alles en nog wat kan helpen. We weten ook al wat onze kwalen zullen zijn. De een wordt incontinent want die laat nu al weleens wat lopen, de ander die nogal van wijn houdt, krijgt korsakov-achtige verschijnselen, ik word doof door mijn eigen harde gepraat en een vierde laat de hele dag winden want dat doet ze nu ook al. We zijn er nog niet helemaal over uit of we een vaste yogajuf aan huis willen laten komen. En zo fantaseren we telkens door. Het is een ideaaldroom waarin alles kan, ook financieel, maar toch ziet het ernaar uit dat dit soort tussenoplossingen ook echt mogelijk gaan worden. Nu is het vooral kiezen tussen twee opties: of je blijft zo lang mogelijk thuis wonen met thuiszorg óf je komt in een verzorgingstehuis als je echt helemaal niks meer kunt. Leuke ouderen-huizen, zoals voorheen het bejaardentehuis, bestaan er niet meer, maar dat gaat met een beetje geluk wel weer komen. Dan maakt het echt niet uit of je kinderen hebt of niet. Vrienden zijn net zo goed familie.

Hap-slik-weg

De kans dat mijn vrijgezelle vriendin trouwens nog een leuke man aan de haak slaat is groot, want steeds meer zestigplussers gaan scheiden. Silversplitting, zoals deze trend wordt genoemd, is aan de orde van de dag. Waarom zouden zestigplussers hun huwelijk nog uitzitten als er niet meer zo veel aan is? Ze hebben nog zo veel tijd voor de boeg om nieuwe dingen en partners te ontdekken. Een vrouw die wil scheiden is tegenwoordig dankzij haar eigen inkomen, pensioen of de bijstand niet meer gedwongen om uit economische overwegingen bij haar partner te blijven.

Hoe het mij later zal vergaan, ik weet het niet. Maar volgens mij gaat het helemaal goed komen. Sterker nog, ik kijk er zelfs naar uit. Er zijn zo veel mensen zoals ik die er alles aan doen om zo lang mogelijk fit en zelfstandig te blijven en plannen smeden voor leuke sociale (woon)projecten met kennissen en vrienden. En, mocht ik het op een gegeven moment echt niet meer zien zitten dan hoop ik dat je tegen die tijd bij de Hema een hap-slik-weg pil kunt kopen. Gewoon voor € 1,50, net als de rookworst. Dat doe je trouwens ook weer makkelijker als je geen kinderen hebt.

eerder dit jaar gepubliceerd in Margriet

Wil je zeker weten dat je niks mist van BLOW? Abonneer je dan op de gratis nieuwsbrief.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord